Denken over afval

Door mijn werk in circulaire economie ben ik gefascineerd geraakt door afval. Niet gek, want alles in de circulaire economie is erop gericht om afval te voorkomen. Geen kleine opgave in de tijd van het Anthropoceen, waarvan afval zelfs het belangrijkste kenmerk is: geologen denken dat we zo veel afval produceren dat dit voor latere generaties herkenbaar zal zijn als aardlaag, zo erg is het.

99% van de spullen die we kopen gooien we binnen zes maanden weer weg. Volgens A World Of Waste dumpen we per jaar meer dan 1,12 biljoen ton afval. Ze leggen uit: als je dat allemaal in trucks zou laden, dan zouden die 24 rijen dik om de aarde staan. Ook dumpen we jaarlijks 8 miljoen ton afval in de oceanen. Een klein deel daarvan drijft aan de oppervlakte in 5 zogenaamde garbage patches, elk 3x zo groot als Frankrijk.

En dan is er chemisch afval: inmiddels meer dan 220 miljard ton.

Het fenomeen afval zegt veel over ons. In het fantastische boekje Waste legt Brian Thill uit waarom.

Afval staat voor dat wat we niet willen zien, wat we buiten het gezichtsveld willen houden. Al die spullen die we eerst zo graag willen hebben dragen het verval al in zich. Thill zegt: waste is every object, plus time. Litter is the flip side of desire. Traditionally trash, as soon as it’s classified as such, is wiped from sight, and often from memory, at least for those of us with reliable garbage service.

We hopen dat het afval compleet verdwijnt uit ons dagelijks leven, maar zo werkt het niet: ‘Every breath of toxic air you breathe, every drink of carcinogenic water, every handful of polluted soil, reminds us that our trash always comes back to us’.

Afval is meer dan gewoon een van de levensfasen van een product. Zodra ons verlangen naar een product weg is, blijven we achter met het afval van ons verlangen. Het ding is geen ding meer, maar wordt iets om vanaf te komen.

Als iemand doodgaat zie je mooi de overgang tussen dingen van waarde en afval. De erfgenamen willen waarschijnlijk maar weinig dingen hebben, dus ineens zijn al die gekoesterde bezittingen afval.

Wat geldt als waarde is wat de markt bepaalt en wat de groep (sociale normen) vindt. Zo bezien is het verschil tussen verzamelaars en hoarders een fijne lijn. Verzamelaars hebben er ook veel troep tussen zitten, maar focussen op dat wat waarde heeft, hoarders worden als probleemgevallen gezien. Je zou kunnen zeggen: zij houden tenminste hun afval bij zich in plaats van het te outsourcen. Je kan het zien als te veel genot, dat dan omslaat in zijn tegendeel omdat het huis het niet meer aan kan: ‘Our desires for things exceeds our abilities to house and organize and demonstrate use and value in them’.

97% van het afval is industrieel afval. Dat zijn geen afvalbergen, maar mijnlandschappen, uitgehakte bergen etc. Bijna al ons afval wordt dus buiten ons gezichtsveld weggevoerd.

Een maatschappij die hierop gebouwd is moet wel continu de realiteit van al deze schade aan de natuur verborgen houden. Als consumenten zouden weten wat er echt schuilgaat achter hun producten, dan zou de hele boel in elkaar storten.

Ik woonde vlakbij de Volgermeerpolder. Een prachtig natuurgebied met wuivend riet. En daaronder 10.000 vaten dioxine, geloosd door Philips Duphar. Destijds was dat heel gewoon. Er was zo veel gif dat men niet wist wat ermee te doen. Maar de bevolking van Broek in Waterland kreeg opvallend veel kanker, dus er moest een oplossing komen. Het werd een afdeklaag bovenop het gif en daarbovenop nieuwe natuur. Uit het oog, uit de weg.

Dit is kenmerkend voor onze omgang met afval. We dumpen het ergens en denken dat het weg is. Ook hier helpt een filosofische blik. Filosofen hebben het vaak over de omgang met sterfelijkheid – en met het onvermijdelijke verval dat daarbij komt kijken: het lijk en het rottingsproces. Het is belangrijk dat dingen kunnen sterven. Dingen moeten uiteen kunnen vallen, bio afbreekbaar zijn. Ze moeten dus eigenlijk voorbestemd zijn om te verdwijnen, te desintegreren. Daarmee voeden ze weer andere dingen. Het leven heeft de dood nodig en de dood het leven.

In afvalbergen hoopt het afval zich gewoon op. Als iets niet afgebroken kan worden -plastic of nucleair afval bijvoorbeeld- dan blijft het als het ware hangen tussen leven en dood. Het is ondood. Net als zombies, die niet kunnen sterven en dus veroordeeld zijn om rond te blijven dolen.

Dit stadium van ondood zijn is kenmerkend voor onze cultuur. Het afval hoopt zich op.

We produceren heel wat dat maar niet wil verdwijnen, bijvoorbeeld plastic.

De wereld van nu is helaas een wereld van plastic, PFAS en andere troep. Die houden we liever op een afstandje. We willen liefst naar de wereld kunnen kijken zoals je naar kunst kijkt. Maar de wereld dringt zich op. We ontkomen er niet aan. Microplastics zitten allang in ons: inmiddels krijgen we zelf naar schatting zo’n 5 gram plastic per week binnen (een creditcard). Tegen de tijd dat we weten wat dat veroorzaakt krijgen we er waarschijnlijk al 2 of 3 per week binnen. Hoeveel plastic kunnen we overleven? Het is een ongoing experiment.

In de ontroerende korte documentaire Midway, message from the gyre (https://prix.pictet.com/cycles/growth/chris-jordan), laat Chris Jordan zien wat plastic doet. Hij ziet prachtige albatrossen, gestorven omdat hun maag vol zit met plastic doppen die ze voor eten aan zagen. De lichamen van de vogels ontbinden, het plastic niet.

Het plastic is als het ware ondood, een soort zombie materiaal dat blijft rondwaren. We moeten daar dus mee leren leven. En we splitsen het toekomstige generaties in de maag.

Het meest treffende voorbeeld hiervan is natuurlijk nucleair afval. Dat is als afval dat te groot voor ons is. Over vijftig miljoen jaar is het nog net zo gevaarlijk. Hiermee creeeren we problemen waarvoor we geen oplossingen meer kunnen vinden. Of anders gezegd: onze oplossingen leiden weer tot nieuwe, grotere problemen.

De documentaire Into Eternity (https://www.idfa.nl/en/film/c8823391-9e4d-4ac6-a6d3-d6f9f496913f/into-eternity/) laat dit treffend zien. Het maken van een opslag voor nuclair afval diep onder de rotsige bodem van Finland leidt tot allerlei moeilijke vragen, zoals: wat als toekomstige generaties de bunker vinden en openmaken?

Kortom: wat ons onsterfelijk maakt zijn niet onze grootse verrichtingen, maar de bergen afval en de giftige brouwsels die we achterlaten.

About the author

Marianne

Add comment

By Marianne

Recente berichten

Recente reacties

Archieven

Categorieën

Meta

Marianne

Get in touch

Quickly communicate covalent niche markets for maintainable sources. Collaboratively harness resource sucking experiences whereas cost effective meta-services.