Groene revolutie

Wat een nieuws! Vandaag werd bekend dat de financiële sector: banken, pensioenfondsen, verzekeraars en vermogensbeheerders, hun klanten gaan aansporen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, met 49% in 2030 zoals afgesproken in Parijs. Inmiddels is in het bedrijfsleven best animo om te verduurzamen; venture capital fondsen steken  aanzienlijke bedragen in duurzame projecten. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat de risico’s van ondernemen in niet-duurzame gebieden steeds groter worden. Niet alleen worden de kosten hoger, ook dreigen rechtzaken met enorme claims. Logisch dus, dat de financiële sector minder graag investeert in fossiele, vervuilende of anderszins niet duurzame industrie. Daar zit de groei niet meer. En dus wordt voor een totaal van € 3000 miljard aan investeringen volgend jaar al gecheckt wat de footprint is – en moet een plan gepresenteerd worden om die te halveren. Heel goed om te zien dat het bedrijfsleven nu eens als motor fungeert en niet probeert om zand in de raderen te strooien, zoals we dat tot nu toe vaak horen.

Ik zoek zelf al een tijdje naar vonken om die motor in het bedrijfsleven aan de praat te krijgen. Bedrijven zijn redelijk rechtlijnig. De targets zijn duidelijk en daar werkt iedereen naartoe. Dat is overzichtelijk, zeker vergeleken bij de overheid die allerhande belangen met elkaar moet verzoenen.  Die rechtlijnigheid wordt tot nu toe vooral ingezet voor groei en meer groei, ten koste van het milieu. Maar zodra het bedrijfsleven de kansen gaat inzien van groen ondernemen is de marsroute de andere kant op. Het onderwerp duurzaamheid was in het bedrijfsleven lang in handen van een paar MVO stafleden die weinig tot niets kunnen uitrichten. Pas als het ‘business’ wordt kunnen we echte resultaten verwachten. Inmiddels verschijnt de ene na de andere studie over de economische voordelen van duurzaam ondernemen. In zijn boek ‘Hoe gaan we dit uitleggen’ noemt Jelmer Mommers een groei van zeven groene banen voor elke fossiele baan die verdwijnt.

Maar hoe krijgen we die motor van het bedrijfsleven echt aan de praat? De groene initiatieven worden nu nog overschaduwd door de status quo: groei van luchtvaart, investeringen in fossiele industrie, geen maatregelen om de vleesindustrie in te perken en ga zo maar door. Ik moet daarbij steeds denken aan de internetrevolutie. Toen ik begon met werken kwam die net op. Internet was nieuw en de bedrijfjes ook. Klein, leuk, mediageniek. Je las en zag er veel over. Ik mocht zelf ook continu mijn verhaal doen in de media. Bedrijven vonden het wel leuk, maar je merkte dat er nog een beetje lacherig over werd gedaan. Zo’n vaart zou het toch niet lopen en qua omzet stelde het natuurlijk allemaal niets voor. Fast forward 20 jaar en de rollen zijn compleet omgedraaid; kleine startups zoals Coolblue zijn nu toonaangevende bedrijven met serieuze omzetten, advertentiegelden gaan nauwelijks meer naar kranten, maar naar Google en Facebook. De kleintjes van toen zijn de reuzen van nu en maken de dienst uit. Bedrijven die niet mee zijn gegaan staan er niet rooskleurig voor. Zo dachten retailers lang dat het allemaal wel mee zou vallen met die online verkoop. Hoe lang duurde het niet voordat ze überhaupt een website hadden, laat staan ernst maakten met de integratie van online met hun winkels. Het mooiste voorbeeld hiervan vind ik nog wel de ouderwetse fietsenwinkels. Het chagrijn over online was daar zo groot dat sommigen weigerden om klanten te helpen die hun fiets of onderdelen daarvoor online hebben besteld.

Het is dus interessant om te kijken naar de ontwikkeling van de tech sector. Nieuwe bedrijven die daar zijn ontstaan hebben hele takken van industrie overgenomen; digitale fotografie en de muziekindustrie zijn de bekendste voorbeelden; de groei ging naar bedrijven uit een totaal andere hoek. Startups konden bestaande wetten van het bedrijfsleven negeren en op een heel  nieuwe manier naar de wereld kijken. Investeerders zagen al snel het potentieel, dus ontstond een hele industrie van venture capital, met verschillende fasen waar een bedrijf doorheen gaat, rondes A, B, C, D, E en liefst een beursgang aan het eind. Negen van de tien mogen mislukken, want hopelijk is die tiende een gigantisch succes. Met het geld en de expertise van de investeerders kunnen bedrijven snel en agressief groeien en marktaandeel verwerven. Met dat marktaandeel leren ze hun klanten beter en beter kennen, zodat ze de voorsprong op de ‘oude industrie’ kunnen uitbouwen. Die probeert op hun beurt af en toe een tech bedrijf in te lijven, vaak vooral om te leren innoveren.

En nu denk ik steeds: hoe kunnen we dat recept ook inzetten voor verduurzaming? Helaas is de heersende gedachte nog steeds dat duurzame investeringen minder opleveren. Duurzaamheid is nog steeds hoogstens een bijkomstigheid, de machinerie gaat nog steeds de andere kant op. Gelukkig wordt purpose steeds belangrijker voor jonge generaties. Maar purpose blijkt een heel rekbaar begrip en kan je kennelijk ook halen uit het verkopen van fast fashion of plastic rommel. Hoe meer ik me met duurzaamheid bezig hou, hoe meer ik me afvraag waarom mensen zich niet willen inzetten om de aarde leefbaar te houden en om te zorgen dat we hier aan het eind van deze eeuw überhaupt nog kunnen wonen, zeker in de Randstad, 6 meter onder de zeespiegel die sneller stijgt dan gedacht…. Het idee om deel te zijn van een grote transformatie zou toch meer moeten aanspreken dan het verkopen van meer, meer en nog meer spullen die meer en meer schade toebrengen aan het milieu. Ik zie kansen! Gelukkig ziet de financiële sector ze nu ook.

About the author

Marianne

Add comment

By Marianne

Meest recente berichten

Recente reacties

Archief

Categorieën

Meta

Marianne

Get in touch

Quickly communicate covalent niche markets for maintainable sources. Collaboratively harness resource sucking experiences whereas cost effective meta-services.